SPRING 2020
14 - 23 mei
 
 
 

Interview met Katja Heitmann

 

Kun je, als introductie, iets over jezelf vertellen?
Mijn naam is Katja Heitmann. Ik ben choreografe, maar ‘choreografie’ is misschien niet het beste woord om mijn werk mee te beschrijven. Ik opereer vaak op het snijvak tussen theater, dans, beeldende kunst en installatie. Daarbij heb ik mij nooit willen vastleggen in één medium of discipline. Dan wordt het een soort formule, daaraan wil ik absoluut ontkomen. Ik observeer de wereld om mij heen en transformeer dat naar een performatieve vorm.
Ik ben geboren in Duitsland, Hamburg. In 2012 studeerde ik af aan de Fontys Dance Academy in Tilburg en sindsdien woon en werk ik in Nederland.

Wat is de bron van je creativiteit?
‘Wat beweegt de mens?’ die vraag vormt keer op keer het startpunt van mijn werk. Ik ben gefascineerd door de manier waarop wij onze wereld inrichten en hoe wij ons daarin voortbewegen. Dat kunnen hele alledaagse dingen zijn: de verkeersborden waarmee we aangeven wat wel en niet mag, de wijze waarop we een foto maken of een sms versturen, de bewakingscamera’s in de straten die registreren welke bewegingen afwijken. Het versturen van een e-mail is voor mij ook een choreografie. Ik vind het spannend om te zien hoe wij, met onze eigen uitvindingen, ons gedrag beïnvloeden. Daarom speelt technologie een belangrijke rol in mijn werk. Iedere uitvinding brengt radicaal nieuwe vormen van beweging met zich mee. Uitvindingen als de iPhone, de roltrap of GoogleMaps hebben een grote invloed op de manier waarop wij ons voortbewegen. Enerzijds zijn wij mensen zelf verantwoordelijk voor al die uitvindingen: we hebben ze tenslotte zelf gemaakt. Aan de andere kant zie je dat die apparaten op hun beurt ook óns bewegen, waardoor je terecht de vraag kunt stellen: wie beweegt nu wie? In mijn performances wil ik aan het licht brengen dat het antwoord op die vraag dubbelzinnig is.

Hoe zie je de maatschappelijke rol van theater?
Ik weet niet of er wel zoiets bestaat als ‘De’ maatschappelijke rol van het theater. Iedere tijd, iedere cultuur en iedere plaats brengt zijn eigen taken met zich mee. Wat opvalt aan de tijd waarin wij leven is de gigantische focus op zaken als ‘nut’ en ‘efficiëntie’. We leven in een maatschappij die bij iedere daad berekent hoeveel ze oplevert. Maar wat is precies het nut van het nut? In een maatschappij die functioneert op kwantitatieve gegevens is het niet verwonderlijk dat de kunsten vaak een marginale plaats krijgen toebedeeld. Alleen al daarom hebben de kunsten vandaag naar mijn idee een belangrijke taak. Kunst is in staat om de grenzen van het nuttigheidsdenken bloot te leggen. Kunst kan aan het licht brengen dat er zaken zijn die het wiskundige telraam ontstijgen: het intuïtieve, de schoonheid, de geheimzinnigheid, het wonder. Op die manier kan de kunst ons helpen de wereld te ontcijferen.

In je werk For iTernity (in 2016 op SPRING) speel je met de fysieke en virtuele wereld door gebruik t maken van technologie. In hoeverre speelt in deze voorstelling technologie een rol?
For iTernity en Pandora’s DropBox gaan allebei over de menselijke zoektocht naar perfectie. Bij For iTernity lag de focus op de maakbaarheid en de onsterfelijkheid van de virtuele identiteit en werkten we met een ‘virtuele’ performer. Bij Pandora’s DropBox zoomen we in op de werking van technologie in de fysieke wereld. De dansers van Pandora’s DropBox hebben de opdracht om altijd het evenwicht te behouden. Iedere beweging moet met de grootst mogelijke controle worden gemaakt. Ieder conflict moet worden vermeden. Iedere handeling moet erop zijn gericht om de harmonie in de compositie te behouden of te vergroten. Zelfs het knipperen van de ogen gebeurt statisch, mathematisch. Kan een danser een perfect geconditioneerde machine worden? Met die vraag gingen we de repetitieruimte in.

Hoe draagt Rückert Lieder van Gustav Mahler voor jou bij aan de anti-tragedie voor perfect beings?
Het lied van Mahler begint met de zin “Ich bin der Welt abhanden gekommen”: ik ben los van de wereld geraakt, of - anders geformuleerd - ik ben van de wereld vervreemd geraakt. Technologie stelt ons in staat om onze controle op de wereld te vergroten en aan de beperkingen van het menselijk leven te ontsnappen. Via botox kunnen we een gerimpelde huid weer gladstrijken, dankzij sociale robots kunnen we de zorg voor eenzame ouderen uitbesteden en de manipulatie van menselijk DNA stelt ons in staat om ‘perfecte’ baby’s te scheppen. Maar wat zetten we daarmee op het spel? Raken we, in onze drang om glad te strijken wat hobbelig is, niet vervreemd van al die activiteiten die aan het menselijke leven zin en betekenis geven? Bestaat er wel zoiets als ‘de perfecte mens’, of ‘de perfecte wereld’? Dat is een van de centrale vragen van Pandora’s DropBox. Komt de eliminatie van tragiek niet hand in hand met de eliminatie van de waarde van het bestaan? Bestaat er zoiets als de ‘tragiek van de anti-tragiek’?

Onze performers hebben het lied van Mahler zelf ingezongen. Of ja, eigenlijk hebben ze het ‘ingesproken’. Muzikant Sander van der Schaaf heeft hun stemmen bewerkt met autotune-software, waar-door ze nu driestemmig het lied van Mahler zingen. Sander’s bewerking van Mahler’s lied geeft Pandora’s DropBox een haast sacraal karakter. Dat is belangrijk: nu God als grote gezaghebber van zijn troon is gestoten lijkt de mens - met zijn technische vindingrijkheid - de plaats van God te hebben ingenomen. Niet God in de hemel, maar ons eigen technische vermogen belooft ons een toekomstig heil.

Waarom bevinden de performers zich op kunstgras?
Kunstgras hoef je niet te maaien. Er groeien geen vreemde planten tussen en het veroorzaakt ook geen modder: het is kortom enkel perfect correcte natuur. Het gebruik van kunstgras is een typisch voorbeeld van onze menselijke drang om het onvoorziene aan banden te leggen: het is volledig efficiënt. Dit criterium van ‘efficiëntie’ speelt ook in andere elementen van de voorstelling een belangrijke rol. Zo creëerde kostuumontwerpster Annemarije van Harten volledig ‘efficiënte’ kostuums voor ons. De kledingstukken van de dansers zitten geconserveerd in een laag glanzend, stug plastic. Hierdoor blijft hun kleding in principe voor altijd onaangetast. Ook de choreografie staat volledig in het teken van efficiëntie: ik ben op zoek gegaan naar een choreografie die werd aangedreven door de principes van de logica. Centraal staat de totale beheersing van de fysieke en mentale krachten, de technische perfectie. In die zoektocht naar totale controle ontstonden belangrijke vragen: bestaat er wel zoiets als een ‘efficiënte choreografie’? En is theater nog theater wanneer er geen conflict ontstaat?

Evenwicht is de essentie van perfectie, maar is het evenwicht ook niet hetgeen wat in ons streven naar perfectie ontbreekt? Wat wil jij met evenwicht in deze performance de toeschouwer laten ervaren?
Wat fascineerde, was dat juist die choreografische zoektocht naar totale controle, nieuwe ‘problemen’ met zich meebracht. Het volledig gecontroleerd knipperen van de ogen zet de ogen als het ware ‘automatisch’ aan tot tranen. Het tot in het uiterste beheersen van iedere beweging dwingt het lichaam tot een trillen, zweten en snotteren. Dit onvermijdelijke opduiken van al die menselijke sappen was misschien wel het grootste wonder van het repetitieproces. In dat stille protest van spieren, zweet en tranen toont zich dat de mens desnoods alles kan beheersen, maar dat er altijd elementen onvoorzien blijven. Aangespoord door de heerschappij van de logica stevenen de performers van Pandora’s DropBox regelrecht op hun eigen grenzen af. Ze lijken het leven onontkoombaar als een reeds voorgeprogrammeerde missie op zich te moeten nemen; alsof het leven zelf tot algoritme is verworden; alsof het is bezweken onder het gewicht van de efficiëntie, waardoor het op zichzelf als waardeloos wordt ervaren. Datgene wat het leven de moeite waard maakt om geleefd te worden is van het toneel verdwenen.

Foto:  Hanneke Wetzer

& meer

 

Nieuwsbrief

Meld je aan voor onze nieuwsbrief